Taalweetjes
Heeft u ook een vraag? Laat het weten via taal@taalaardigheden.nl.


Vraag en Antwoord

Vraag:
Wanneer gebruik je wier en wanneer wiens?

Antwoord:
Wiens wordt gebruikt als het verwijst naar een mannelijk persoon.
Voorbeeld: de man wiens vader...

Wier wordt gebruikt als het verwijst naar een vrouwelijk persoon  en voor een meervoud, ongeacht het geslacht.
Voorbeelden: de vrouw wier moeder... de kinderen wier ouders...

Wiens en wier worden vooral gebruikt in schrijftaal. In gesproken taal is van wie gebruikelijker.



Vraag:
Wanneer schrijf je 'u' met een hoofdletter?

Antwoord
:
Vroeger werd de aanspreekvorm u met een hoofdletter geschreven, maar dat is nu niet meer gebruikelijk. U wordt nu alleen met een hoofdletter geschreven als daarmee verwezen wordt naar een heilig persoon en/of aan het begin van een zin.

Dus: U bent van harte welkom maar we verzoeken u om niet te roken.

 

Vraag:
Wat is het verschil tussen ieder(e) en elk(e)?

Antwoord
:

Vroeger werd ieder(e) gebruikt voor personen en elk(e) voor dieren en zaken. Dit onderscheid is echter kunstmatig. Er is geen bezwaar om elk en ieder door elkaar te gebruiken.



Vraag
:

Wanneer plaatsen we een koppelteken als we woorden schrijven die beginnen met een letter, cijfer of symbool?

Antwoord
:

Direct na de letter of het cijfer of symbool plaatsen we het koppelteken. Zoals in: B-film, 06-nummer, x-aantal, L-vormig, 16-jarige, A4-formaat, y-as, 65+-kaart.
Echter, bij letters, cijfers en symbolen die nŠ een woord komen en tezamen een begrip vormen, gebruiken we een spatie en geen koppelteken, zoals bijv. top 50 en
vitamine C. Wanneer we achter deze begrippen een woord schrijven en dus een samenstelling maken, dan volgt wel weer een koppelteken: top 50-plaat, vitamine C-tablet.



Vraag
:

't Kofschip is een ezelsbruggetje. Waarvan?

Antwoord
:

Met de letters uit 't kofschip geven we aan of een zwak werkwoord bij vervoegen in de verleden tijd een 't' of een 'd' krijgt. Woorden eindigend op een letter uit 't kofschip, krijgen in de verleden tijd een -'t'.
Voorbeeld: neem het werkwoord 'maken'. De stam van dit werkwoord is 'maak'. Dit eindigt op een 'k'. Deze 'k' zit in 't kofschip, dus wordt het 'maakte' in de verleden tijd. Zo geldt voor 'malen': hele werkwoord is malen, stam is maal. De 'l' zit niet in 't kofschip, dus verleden tijd is maalde.

Mooier is echter om in plaats van 't kofschip, 't fokschaap te gebruiken. De letters 'k' en 's' in fokschaap, klinken samen als een 'x'. Woorden die op een 'x' eindigen, krijgen in de verleden tijd een 't':  faxen, fax, faxte.

Uitzondering: Als de stam van het werkwoord op een andere letter eindigt dan het hele werkwoord, dan krijgt het vervoegde werkwoord in de verleden tijd een 'd':
verhuizen, verhuis, verhuisde.

 

Vraag:
Waarom krijgt 'melodie' in het meervoud -Žn op het eind en  'porie' niet?

Antwoord
:

Er wordt onderscheid gemaakt tussen woorden die een beklemtoonde -ie hebben en woorden die een onbeklemtoonde -ie hebben.
Als de klemtoon op de -ie valt, schrijven we -ieŽn. Dus:
melodie - melodieŽn
industrie - industrieŽn
categorie - categorieŽn
genie - genieŽn
therapie - therapieŽn

Als de klemtoon niet op -ie valt, maar op het lettergreep ervoor, schrijven we -iŽn. Dus:
bacterie - bacteriŽn
porie - poriŽn
bronchiŽn
financiŽn
chemicaliŽn

De -iŽn/-ieŽn regel geldt ook voor werkwoorden. Zo schrijven we 'oliŽn' en 'ruziŽn', omdat de klemtoon op de eerste lettergreep valt. De werkwoorden skiŽn en taxiŽn krijgen om deze reden ook -Žn na de stam. Ski - skiŽn, taxi - taxiŽn.

 


Bronnen
:
- Genootschap Onze Taal, Taaladviesdienst
- Van Dale, Het ABC van het nieuwe dictee
- Handboek verzorgd Nederlands, M. Klein en M. Visscher 
- Nederlandse Taalunie